Uit het archief van Hennie Vrielink, aflevering 5: De Elskamp

| 24 June 2016

Afgelopen paar jaar heeft oud-Luttenberger Hennie Vrielink artikelen geschreven over de geschiedenis van Luttenberg in het kwartaalblad van de Historische Vereniging Raalte. Dankzij Hennie zijn deze artikelen de komende tijd ook te lezen op Parel van Salland.

Deze keer een verhaal over de rijke geschiedenis van De Elskamp en zijn bewoners. De Elskamp was vroeger een landgoed met een herenhuis en verschillende pachtboerderijen. Vroeger hoorde De Elskamp bij Linderte als onderdeel van de marke Raalterwoold, maar in de loop van de negentiende eeuw kwam het (kerkelijk) onder Luttenberg. Ik heb twee foto’s bijgevoegd uit de 70-er jaren uit het archief van Reinking en een advertentie uit de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant uit 1856, waarin landgoed De Elskamp te koop wordt aangeboden.

door Hennie Vrielink

Als twaalfjarige jongen in de zesde klas van de lagere school in Luttenberg bracht ik na schooltijd kranten rond naar boeren op De Elskamp en aan de Twentse Weg. Het Overijssels Dagblad. Op de fiets en de kranten in een fietstas. Vanuit het dorp als eerste naar Spiekerman op de Elskamp. Hij stond al vaak op zijn erf om de krant in ontvangst te nemen. Een aardige oudere boer in donkere kleren, pet op en klompen aan met een lachend gezicht. Later zag ik hem tot op hoge leeftijd vaak fietsen door het dorp. In Luttenberg werd hij altijd aangesproken als Spiekermans Harm, maar hij heette eigenlijk Herman Scholten.

Hij woonde wel in een wat merkwaardige boerderij. De meeste boerderijen in de omgeving hadden een rieten dak, maar deze boerderij had een pannendak dat aan de zijkant van de deel laag afliep. Het voorhuis was ook anders. Het voorhuis was veel smaller dan het achterhuis en de muren ook veel hoger. Merkwaardig; totdat ik iets hoorde over de geschiedenis van deze boerderij. Het bleek namelijk dat deze boerderij in de 19de eeuw is voortgekomen uit een herenhuis of koetshuis. Sterker nog: het was onderdeel van een landgoed met de naam De Elskamp. Het landgoed was tot het midden van de 19de eeuw in handen van Zwolse elite en bestond ook uit meerdere boerenerven en katersteden. Hoewel de huidige bewoners op de Elskamp en omgeving Luttenbergers zijn, was dat vroeger niet zo. De Elskamp lag in Achter Linderte en was onderdeel van de Marke Raalterwoold. Pas in de tweede helft van de 19de eeuw kwam het bij Luttenberg vooral als gevolg van opheffing van de marken en kerkelijke herindeling.

Elskamp

Spiekermans Harm had zijn bijnaam gekregen omdat hij woonde op boerderij Spiekerman. Merkwaardig dat de boerderijnaam Spiekerman is en niet Elskamp. Daar is een verklaring voor. Midden 19de eeuw woonde er een familie Spijkerman op katerstede Spijker die pal achter het landhuis De Elskamp lag. Deze katerstede behoorde bij het landgoed. De toenmalige bewoner van deze katerstede heette Teunis Spijkerman en hij was werkbaas op het landgoed en in dienst van de eigenaren van landgoed De Elskamp. Toen de toenmalige eigenaren het landgoed in de verkoop deden kocht Teunis het herenhuis/koetshuis en maakte er een boerderij van. Zo werd landhuis De Elskamp omgebouwd  naar boerderij Spijkerman. Teunis gaf zijn naam dus aan de boerderij die eerst De Elskamp heette en vanaf dat moment worden de bewoners van deze boerderij Spiekerman genoemd. En daarom heette Herman Scholten in de volksmond dus Spiekermans Harm vanaf het moment dat hij op deze boerderij ging wonen.

Nu eerst iets over de interessante geschiedenis van dit landgoed voor de lezers die hierin zijn geïnteresseerd.

Naar alle waarschijnlijkheid is dit landgoed ontstaan uit een individuele kampontginning in de periode 1000-1400. In het Schattingsregister van Salland van 1520 onder de buurschap Lynderte van schoutambt Raalte staat hierover :”Lambert ten Elskamp, toebehoirende Gheryt van Leyden, den thenden affgetagen, gesat op13 mudde roggen.” Gheryt van Leyden kwam uit Deventer. In 1583 was Aernt Huerlinck uit Deventer eigenaar van De Elskamp en heette de pachter Henrick Elscamp. In het markeboek van Raalterwoold lezen we dat in 1608 Hopman Ittersum de nieuwe erfgenaam van Elscamp wordt en dat hij daarvoor een anker wijn moet aanbieden. In 1610 worden namen van pachters vermeldt: Gerrit, Henrick, Tonis, Johan en Tonnis Elscamp.  Het landgoed wordt telkens vergroot door verschillende aangravingen. In 1645 heeft Jan van Ittersum een dijk op de Elskamp aangelegd en wil deze beplanten met telgen. In 1650 wordt er een vloedgraven over de mars bij de Elscamp aangelegd die voor de afwatering moet zorgen. Omdat deze waterleiding vanaf de Marke Luttenberg over de Elskamp verder in westelijke richting wordt aangelegd, worden er de volgende afspraken met de Luttenbergers gemaakt: “Op die voirstellinge, dattet oirbaerlick soude wesen, datter een vlootgraven door dmersch bij Elscamp gelegen, gemaeckt sall worden, wordende edele markenrichteren gecommitteert om die verdeijllinge onder die huijsluijden daerover te maecken, ende belovet Jonker Jan van Twickelloe als marckenrichter van Luttenbergh, bij d’erffgenaemen aldaer te willen daarvan spreecke, ende bij dieselve te, soo doenlijck te bevorderen, dat die ingesetenen van Luttenbergh daaartoe sullen helpen.” De Luttenbergers zullen de helft van de vloedgraven uitgraven en samen met de inwoners van Raalterwoold voor het onderhoud van deze vloedgraven zorgdragen. De Luttenbergers hadden immers een groot belang bij een goede afwatering van hun lage gronden.

In 1673 heeft Van Ittersum het huis den Elscamp verzet en moet daarvoor een bedrag betalen aan de marke Raalterwoold.

Rond 1675 wordt De Elskamp verkocht aan Werner Hoefslach en in het markeboek van Raalterwoold lezen we hierover in 1686: “Bij resumptie hebben de Heeren erfgenamen geappobeert en geratificeert also dezen coop, als de Heeren markenrichteren met de Heere Werner Hoofslach in dato der 16 April 1683 hebben ingegaen wegens ancoop van den Elscamp ingevolge coepcedule daarvan opgerigt ende dat voor de somme ad driehondert vijf en seventigh Carol. Gulden.”

In 1727 hebben de erfgenamen van de marke  Luttenberg op verzoek van Warner Hoefslach ermee ingestemd dat de pachters van De Elskamp het recht van uitdrift krijgen in het Schanebroek tegen betaling van 170 car. guldens. Deze pachters wonen namelijk niet in de marke Luttenberg, maar in Linderte onder de marke Raalterwoold. Het betreft de volgende meijers: de Scholte, Jansman, Elscamp 2 erven, de Koijker, Tonnis Elscamp en Strijplambert.

In 1738 wordt Dr. Arnold Jan Helmich de nieuwe eigenaar van het landgoed. Hij is afkomstig van de bekende Zwolse familie Helmich. In 1752 wordt Dr. Helmich markenrichter van de Marke Luttenberg. Het herenhuis en landgoed De Elskamp lagen weliswaar buiten de Marke Luttenberg, maar hij bezat ook uitgebreide bezittingen in Luttenberg. Dr, A.J. Helmich heeft veel voor de Marke Luttenberg gedaan in de periode dat hij markenrichter was van 1752 tot 1783. Hij heeft vooral orde gesteld op de financiën, die zijn voorganger Theodorus van der Ketten behoorlijk had laten versloffen.  Dr. Helmich heeft een nieuw pachtboek aangelegd. Hij woonde niet op De Elskamp, maar kwam af en toe naar Luttenberg en logeerde dan in de buurt. In 1775 logeerde hij bij zijn pachter Scholten en betaalde daarvoor 2 gl, 8 st en 1 pn.  De Markenvergaderingen werden meestal gehouden in het Stadswijnhuis in Zwolle en dat was voor dr. Helmich om de hoek, want hij woonde in Zwolle.

Behalve dat hij een goede markenrichter was, heeft hij zijn bezittingen ook aanzienlijk uitgebreid. Wegens zijn verscheidene goede diensten krijgt dr. Helmich in 1769 gratis een stuk veldgrond aan de zg. Lange Allee (heet tegenwoordig de Elskampweg in Luttenberg). In het markenboek wordt dat als volgt omschreven: “Dr. Helmich wil een stuk land kopen gelegen Oostwaarts aan de z.g. Lange Allee op den Elscamp tusschen de Twentsche weg en het dennenbosch en een stuk grond van de Strijpersdijk aan het einde van de katerstede de Wetering bemeyert geweest bij wijlen Harmen Jansen; hij hoopt hiermede zijn plantagie wat de extenderen en te emblesseren.” Hij hoeft er niet voor te betalen.

Na het overlijden van dr. A.J. Helmich in 1783 erft zijn zoon Michael Helmich landgoed De Elskamp. Michael wordt in 1786 markenrichter van Luttenberg tot aan zijn overlijden in 1835. Hij behoorde tot de Zwolse aristocratie, maar omdat hij katholiek was had hij geen toegang tot het stadsbestuur. Hij huwde met Johanna Maria van Grootveld die het landgoed Vilsteren had geërfd. De familie Helmich stond op de tiende plaats van de rijkste families van Zwolle en was de rijkste katholieke familie. De familie Grootveld stond op de twaalfde plaats en was na de familie Helmich de rijkste katholieke familie van Zwolle. Ze woonden ’s winters in Zwolle aan de Sassenstraat en in de zomer in Vilsteren. Ze hebben niet gewoond op De Elskamp; dit huis werd verhuurd. Het beheer van zijn bezittingen en die van zijn vrouw en allerlei handelszaken waren zijn dagtaak.  Hij voerde de administratie van verschillende markten. Ook was hij de patriotten gunstig gezind en tevens deed hij veel voor de katholieke kerk in Zwolle en wijde omgeving. Zonder succes heeft hij zich nog even ingelaten met de politiek. Hij overleed in 1835 en is begraven op het kerkhof van Vilsteren, waar nu nog het gietijzeren grafmonument is te zien.

Uit zijn huwelijk werden 10 kinderen geboren. Zijn zoon Theodorus erfde De Elskamp in 1835. Tijdens de markevergadering van Luttenberg in 1846 in de Zwarte Arend in Raalte liet hij zich vertegenwoordigen door zijn pachter en werkbaas Spijkerman. Ten tijde van de markeverdeling van Luttenberg rond 1850 behoorde de famillie Helmich samen met de familie Sloet van Tweeenhuizen tot de grootgrondbezitters van de marke Luttenberg. Theodorus Helmich was naast eigenaar van landgoed De Elskamp in de Marke Raalterwoold ook nog eigenaar van de erven Herbers en Blikman in de marke Luttenberg.

Het valt op dat Helmich bij de markeverdeling van Luttenberg veel meer grond kreeg toebedeeld dan op grond van zijn aandelen in de Marke Luttenberg was te verwachten. Hij was wel groot grondbezitter van zijn landgoed De Elskamp met verschillende boerderijen die tot dit landgoed behoorden, maar De Elskamp maakte geen onderdeel uit van de Marke Luttenberg en lag in Achter Linderte,  dat viel onder de marke Raalterwoold. In de documenten waarin de toewijzing van de grond is beschreven, wordt aangegeven dat Helmich bij de verdeling 35  bunder grasgrond in het Schanebroek had gekocht waarvan er vooraf 23 bunder voor hem waren gereserveerd. De verklaring voor de toewijzing van deze 23 bunder vinden we in het verslag van de Markenvergadering van 7 december 1847. In 1727 had de toenmalige eigenaar van landgoed De Elskamp de heer Warner Hoefslach voor zijn beide meijers op de erven de Scholte en Jansman en voor zijn drie keuters  De Koijker, Tonnis Elscamp en Strijplambert het recht van uitdrift in het Schanebroek gekocht van de Marke Luttenberg voor een bedrag van 170 car. guldens. De familie Helmich was de erfopvolger van de familie Hoefslach. Bij de verdeling van de Markegronden zouden de boeren op De Elskamp dit recht van uitdrift, ook wel het recht van heiden en weiden genoemd, verliezen omdat zij niet in de Marke Luttenberg woonden en daarom ook niet zouden meedelen in de verdeling van de Markegronden van Luttenberg. Om dit verlies te compenseren is voorafgaand aan de verdeling van de markegronden 23 bunder toegewezen aan Helmich in de vorm van schadeloosstelling zodat zijn meijers en keuters hun boerenbedrijf konden voortzetten. Zonder voldoende heide-  en weidegronden was het toen niet mogelijk te boeren. Ook kreeg Helmich het voor elkaar dat deze gronden zo dicht mogelijk kwamen te liggen bij zijn landgoed “om of bij het Voorveld”.

In 1840 kreeg de nieuwe kerk van Luttenberg van zijn weldoeners Th. Helmich en zijn echtgenote Louisa van MIddachten een grote gift voor de versiering van het nieuwe kerkje.In 1851 overleed Theodorus Helmich en liet Louise van MIddachten achter als weduwe. Twee van hun zoons Balthazar en Willem waren eerder al jong gestorven. Ze woonden op De Elskamp, maar na de dood van Theodorus vertrok zijn weduwe.

In 1856 werd het landgoed De Elskamp te koop aangeboden. Een uitgebreide advertentie waarin de publieke verkoop van dit “zeer aanzienlijke en rentgevend landgoed”  stond in de Provinciale Overijsselsche en Zwolse Courant van 8 augustus 1856.  Het landgoed  bestond uit: herenhuis, koetshuis, stalling, bakhuis, de 5 katersteden Spijkerman, Roelofs, Strijpert, Voorveld en Vloedgraven, de 3 boerenerven Scholten, Jansman en Blikman en daarnaast vele landerijen. De omvang van dit landgoed bedroeg 260 bunders. De verkoop werd aangekondigd door notaris Van Bael uit Heino. In de advertentie wordt De Elskamp omschreven al een zeer aanzienlijk en rentegevend landgoed, zeer aangenaam gelegen in de Buurtschappen  Luttenberg en Linderte, onder de gemeente Raalte, provincie Overijssel, nabij het te graven kanaal van Dalmsholte naar Deventer, in de onmiddellijke nabijheid der R.C. Kerk.  Geïnteresseerden, die het landgoed wilden bekijken konden zich melden bij de werkbaas Teunis Spijkerman die woonde op katerstede Spijkerman. De verkoop zou plaatsvinden op 28 augustus 1856 ten huize van Kutschrutter, in de Zwarte Arend in Raalte. In 1857 wordt het landgoed in stukken verkocht. Werkbaas en pachter Teunis Spijkerman koopt het herenhuis/koetshuis  de Elskamp voor 2800 gulden. Hij bouwt deze huizen om naar een boerderij die de naam Spiekerman krijgt. Vanaf dat moment worden de bewoners Spiekerman genoemd. Meerdere generaties hebben op deze boerderij gewoond en gewerkt.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 8 augustus 1856

De oma van Herman Scholten uit het begin van dit verhaal heette Johanna Spijkerman en zij was de dochter van Teunis Spijkerman die in 1857 het herenhuis De Elskamp had gekocht en omgebouwd tot boerderij Spiekerman. Herman Scholten heeft in 1975 De Elskamp verlaten en heeft de boerderij verkocht aan de familie Lorkeers.  Spiekermans Harm is toen verhuisd naar een bejaardenwoning aan het Gerrit Norpplein in Luttenberg. In 2002 is Spiekermans Harm overleden en zijn kinderen herinneren hem als “een warm en integer mens, die altijd positief in het leven heeft gestaan”.

Als twaalfjarige krantenbezorger kreeg ik van hem wel eens snoep als ik de krant had bij hem had afgeleverd.

Categorie: < 1949, Cultuur, Historisch Archief

Comments are closed.