Sylvia en Ben over de muziektempel van het oosten

| 27 January 2013

Sylvia Bakker en Ben Ramaaker richten in 1987 Beppie op; Belangengroep Poppodium in Elckerlyc. Een terugblik op de muzikale hoogtijdagen van  Luttenberg, met Duitse stadion-acts, Amerikaanse roadies en Nederlandse fietsendieven.

‘Hardrockvolk zeurde nooit.’ Als iemand het kan weten is het Sylvia Bakker. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig verzorgde zij de maaltijden voor alle muzikanten die in Elckerlyc hun kunstje kwamen vertonen. En dat waren er nogal wat. Uriah Heep, Die Toten Hosen, Claw Boys Claw, Mucky Pup, Fatal Flowers, Nasty Savage, De Dijk. Amerikanen, Engelsen, Duitsers en Nederlanders. Lompe hardrockers, wilde punkers,  skatende snotapen en kunstzinnige vrijbuiters. In Elckerlyc echter hadden ze één ding gemeen. ‘Ze pochten allemaal op de karbonades van mijn moeder.’

Behalve Claw Boys Claw, onderbreekt Ben Ramaaker zijn partner. Inderdaad, herinnert Sylvia zich lachend: ‘Die Amsterdammers wilden kiwi’s en druiven. In november! Daar was in de wijde omgeving van Luttenberg niet aan te komen in die tijd.’ Die  tijd is eind jaren tachtig. Ben en Sylvia verblijven, samen met  enkele vrienden, bijna permanent in het Luttenbergse dorpshuis  om Beppie draaiende te houden. Deze stichting hebben ze zelf, samen met goede vriend Harrie Heuven, opgericht in 1987 om de livemuziekcultuur van Elckerlyc in stand te houden. Het Luttenbergse dorpshuis is een in heel Nederland berucht hardrockbastion geworden en de drie vrienden hebben  gezworen deze naam hoog te houden. Want, zo weten Ben en Sylvia nu nog, het liep op zijn laatste benen in Elckerlyc.  Ben: ‘Beheerder Harm van de  Schoenmaker had er de laatste jaren mooi de loop in. In 1985 is het hem zelfs gelukt om hardrocklegendes Slayer in Elckerlyc te krijgen. Maar Harm kende maar twee acts: top 40-bands en hardrock. Daar leek de rek een beetje uit te raken.’ Sylvia vult aan: ‘Wij zeiden tegen elkaar: of het is afgelopen of we geven er een nieuwe draai aan. Het werd het laatste.’

Er werd besloten om breder te programmeren. Minder hardrock, meer alternatieve gitaarbands. Met Albatross, een Ierse bluesband, en De Dijk beleeft Beppie een vliegende start; twee keer een volle bak. Met de boekingsinformatie uit muziekkrant Oor gaan ze verder. Bands boeken. Bands die ze ergens gezien hebben, of die ze horen op Radio 3. Ben: ‘We wisten precies wanneer de VARA of VPRO aan de beurt waren. Dáár hoorden we muziek die voor ons interessant was.’ Ze hebben er een goed oor voor. En door de goede naam van Elckerlyc bieden bands zichzelf aan om te spelen. Beginnende bands, die een cassettebandje opsturen. Maar ook de grote (buitenlandse) jongens komen via bevriende boekers naar Elckerlyc. ‘Hier kijk’, wijst Sylvia in haar plakboek. ‘Frederique Spigt hebben we afgebeld. Konden we wat beters voor krijgen.’ Ze slaat de pagina om en ontvouwt een poster van Die Toten Hosen. Ben: ‘Die vulden stadions in Duitsland. Van hun LP waren 50.000 exemplaren verkocht daar. Nu wilden ze een try-out in Nederland doen en belden ze ons. Daar maak je ruimte voor.’

 

‘Is this the  dressing room?’  ‘No, you’re  playing here.

Stel je voor, dat die Duitsers Luttenberg binnenrijden en in het weinig sfeervolle Elckerlyc terechtkomen. Die hebben zich waarschijnlijk wel even achter de oren gekrabd. Maar van arrogantie merkte Sylvia nooit wat, bij geen enkele artiest. ‘Vooral de grotere jongens keken wel eens raar op als ze binnenkwamen’. “Nice, is this the dressing room?” vroeg de roadie van Uriah Heep ons. “No, you’re playing here.” Weet je, wij deden heel normaal tegen die mensen. Dan krijg je dat terug. Uiteindelijk lusten ze  allemaal graag een bak koffie.’ Oor-journalist Berend Ongena schreef in 1988 dat hij zich elke keer als hij het dorp inreed afvroeg ‘of het hier moest gebeuren vanavond.’ En het gebeurde altijd, was zijn conclusie. Ben lacht. ‘Natuurlijk was het ook wel eens mis. Vier betalende bezoekers, of twintig. Maar inderdaad, er zaten wat legendarische avonden bij.’

Samen met zijn vrouw bladert hij door de map. Nasty Savage, de eerste keer dat het Luttenbergse publiek stagedivend van het  podium dook. ‘Een wonder dat  er geen gewonden zijn gevallen, met al dat glas op de vloer.’ Of de jongens van Mucky Pup, die hun fans een trechter in de mond zetten en er vervolgens een fles bier in leeg kieperden. Fatal Flowers, die voor het eerst tamme kastanjes aten aan de bar bij Elckerlyc. En Claw Boys Claw, waarvan de zanger zo opgezweept raakte dat ie het publiek in dook, naar buiten rende en baldadig zwaaiend met een fiets weer  binnen kwam. ‘Helemaal wild.  Tot Heumpie (Marcel Heuven, red.) hem halverwege de zaal vroeg wat ie met zijn fiets van plan was. Hij wist niet hoe snel  hij hem neer moest zetten.’  Sylvia, lachend: ‘Wedden dat het Heumpie’s fiets niet was?’

Het was een mooie tijd, concludeert het stel. Een vol Elckerlyc, de muziek waar ze van hielden en dan aan het eind van de avond de wc’s schoonmaken. ‘En er had altijd wel iemand gekotst. Maar als het mooi verlopen was, maakte ik dat met liefde schoon.’ Want er wachtte patat, met een borreltje. En dan bij het krieken van de dag naar huis, naar bed. Even bijslapen, want volgende week kwam  Herman Brood.

Categorie: 1980 - 1989, Algemeen

Comments are closed.