Maria van Luttenberg

| 21 October 2016

Vorig jaar heeft Hennie Vrielink een verhaal over de 100 jarige geschiedenis van de Lourdesgrot gepubliceerd in Kruudmoes, het kwartaalblad van de Historsiche Vereniging Raalte. Dit is een te lang verhaal om in een keer te publiceren en is daarom in drieën geknipt. Onderstaand het eerste deel, het is een stukje dorpsgeschiedenis over afgelopen 100 jaar zoals gezien door Maria van Luttenberg vanuit haar nis in de Grot. “Ik hoop dat vele Luttenbergers dit met plezier zullen gaan lezen.” Uiteraard ook foto’s toegevoegd, die voor de meeste Luttenbergers nieuw zijn.

Pastoor Butzelaar
De nieuwe neogotische kerk van Luttenberg kwam in 1906 gereed, maar bouwpastoor Antonius ten Dam heeft er niet van kunnen genieten; hij overleed in maart 1906 nog maar eenenvijftig jaar oud. Het oude waterstaatskerkje werd afgebroken en  pastoor Petrus Butzelaar begon aan zijn 32-jarige roemruchte loopbaan als zielenherder van de Heilige Corneliusparochie in Luttenberg. Er werd in die tijd wel gezegd dat de boeren al drie dagen van tevoren hun pet afzetten als ze wisten dat de pastoor op huisbezoek zou komen. Als schoolkinderen de pastoor in de verte zagen aankomen liepen ze er met een grote boog omheen.

In de dertiger jaren was kapelaan Snelder werkzaam bij Butzelaar en heeft zijn herinneringen aan hem vastgelegd: “De pastoor, Butzelaar woonde in een oude sobere pastorie met witgekalkte muren, maar hij was een fijnzinnig aristocraat van geest. Als dorpsherder was hij mannelijk, vroom, zonder zweem van kwezeligheid of dweperij. Bepaald indrukwekkend was de betrokkenheid van de herder bij zijn kudde. Hij kende al zijn schapen, maar voor zover hij er een oordeel over gaf, was dat altijd ingehouden en mild. Vijanden had hij niet. Een bijzondere zorg had hij over voor de boeren, die door de crisis in moeilijkheden dreigden te komen.”

pastoor-butzelaar

Streng kijkende pastoor Butzelaar

Eén van de eerste daden van Butzelaar tot op de dag van vandaag zichtbaar, was het laten aanleggen van een processiepad. Toen de katholieken in de 19de eeuw weer vrijheid van godsdienst kregen leverde dat irritatie op bij de protestanten, die het voor elkaar kregen dat in de Grondwet van 1848 werd opgenomen dat “openbare godsdienstoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen” wettelijk werd verboden. Pastoor Butzelaar wilde toch graag processies organiseren in de open lucht, maar dat mocht niet op de openbare weg volgens het zogenoemde processieverbod. Butzelaar besloot de door de paus afgeschafte Sacramentsdag in ere te houden door middel van een jaarlijkse processie.  Hij wist het processieverbod te omzeilen en liet op eigen grond van de kerk rondom de kerkweide (het kerkenlaentie), pastoorstuin en pastoorsbos een aaneengesloten processiepad aanleggen. Hij wist de Luttenbergers zover te krijgen dat ze hierin geld of tijd staken. In 1913 kwam het processiepad gereed, waarvan de kerk het begin- en eindpunt vormde, zoals dat ook in elk rooms-katholiek mensenleven van die tijd het geval was. Het pad werd van de openbare weg afgeschermd door een sloot en het planten van bomen

Lourdesgrot
Bij een processie horen ook rustplaatsen waar gebeden, gepreekt en gezongen kan worden. Bij het kruispunt tegenover de smid lag een heuvel die in 1914 is afgegraven. Op deze plek bouwden de Luttenbergers hun Onze Lieve Vrouwe Grot van Lourdes, die in 1915 gereed kwam. Het ijzeren hek werd aan de overkant van de weg gemaakt in de smederij van Oortwijn. De Grot maakte onderdeel uit van het toen recent aangelegde processiepad. Het Rijke Roomse Leven onder aanvoering van pastoor Butzelaar was ook in Luttenberg aangebroken. In een periode van tien jaar een nieuwe kerk, een processiepad én een Mariagrot. De geschiedenis van de Grot is met grote betrokkenheid  en veel kennis van het rooms-katholieke leven door Theo Kemper beschreven in een in 1976 uitgegeven boekwerkje met de titel “Kleine historie van de grot in Luttenberg.”

grot-luttenberg-3-2

Grot kort na de bouw

Vele Luttenbergers hebben meegeholpen aan de bouw van de Grot en niet altijd zonder gevaar. Anton Grote Stroek is tijdens de bouw uit de Grot gevallen en ongelukkig op zijn been terechtgekomen. Zijn hele verdere leven heeft hij daarvan last gehouden.  A.C. Holtmaat, bij de Luttenbergers beter bekend als Meisters Bats is in 1913 begonnen als koster bij Butzelaar en heeft meegeholpen aan de beplanting van de bomen aan het processiepad, hielp met de bouw van de Grot, werkte in de tuin van de pastoor en zorgde voor de kerk en het onderhoud hiervan. “Dat was toen een klein kerkje zonder zijaltaren,” herinnerde hij zich tijdens een kranteninterview in 1958 toen hij met pensioen ging. Hij had onder drie pastoors gediend.

Maria
In de nis van de Grot werd het witstenen Mariabeeld geplaatst, afkomstig uit de werkplaats van de bekende architect Pierre Cuypers te Roermond.  Haar hoofd is omringd door een aura met de tekst “Je suis l’Immaculée Conception.” Velen denken dat dit een Latijnse tekst is, maar het is Frans omdat de Maagd Maria in 1858 bij haar verschijning in Lourdes de jonge Bernadette kennelijk in het Frans aansprak. Het betekent “Ik ben de onbevlekte ontvangenis”; één van de grote mysteries uit de katholieke geloofsleer.

Al honderd jaar kijkt Maria in Luttenberg vanuit haar nis in de Grot naar de kerkweide met aan de overkant de kerk en het pastoorsbos. Ook heeft Ze al die jaren duizenden Luttenbergers aan haar voorbij zien trekken. Bij de restauratie van de grot in 1975/1976 is Ze even naar beneden gekomen en heeft tijdelijk gebivakkeerd aan de overkant van de weg in de werkplaats van aannemer Korenromp, maar dat was Maria wel gewend; ook haar man Jozef had immers een timmermanswerkplaats.

Tientallen jaren zijn er processies langs de Grot getrokken. Zoals in de krant uit 1997 wordt aangegeven:  “De grot kreeg een devote plaats tijdens de jaarlijkse Sacramentsdag met processie. Het bouwwerk diende als rustpunt en er werden tal van indrukwekkende predicaties gehouden.” In 1962 kwam er een eind aan de jaarlijkse processies en werden de eerste  barsten zichtbaar in de Grot evenals in het Rijke Roomse Leven.

Luttenbergers bij Maria
Voor de Grot waren vanaf het begin knielbankjes geplaatst. In het begin waren er meerdere bankjes, maar inmiddels is er een klein bankje over.  Jarenlang knielden vele Luttenbergers en baden in stilte voor Maria. De fiets werd even tegen het ijzeren hek aangezet. Uit dankbaarheid, om steun, om raad, om verdriet of vreugde met Maria te delen en wat al niet meer. Maria hoorde dit alles liefdevol aan en velen zullen zich door haar gesterkt hebben gevoeld.

Het knielen werd in de loop van de jaren echter wel steeds minder. Zelfs in de kerk werden in 1966 op initiatief van pastoor Leferink de knielbanken vervangen door stoelen. Volgens  een krantenbericht omdat  “de reparatie van de oude knielbanken veel geld zou kosten. Daarom besloot men stoelen aan te schaffen. De parochianen zijn zeer tevreden met de verandering.”

Dikwijls werden er van Luttenbergers een groepsfoto gemaakt met de Grot als achtergrond. Een  schoolfoto uit 1925 toont tientallen schoolkinderen die wat onwennig de camera inkijken. In die tijd werd er nog geen “cheese” geroepen. De jongens met pet en iedereen met onbeschilderde klompen met robuuste neuzen. Deze kinderen zijn ongeveer geboren in de tijd dat de Grot werd gebouwd. Toen stonden er om de Grot nog geen hoge bomen; die waren alleen te vinden aan de andere kant van de Kerkweg  (later omgedoopt tot Butzelaarstraat) op het schoolplein. Daar stonden twee grote dikke eiken naast elkaar waaronder vele generaties schoolkinderen hebben gespeeld en nu nog steeds hun speelkwartier doorbrengen.

luttenberg-schoolfoto-1925-2

Schoolfoto voor de grot 1925

Tegenover de achterkant van de Grot had B. Dijkman alias Kok’s Bernhard een kruidenierswinkeltje, café en klompenmakerij  en hij gaf ook ansichtkaarten van Luttenberg uit. Natuurlijk ook meerdere kaarten van de Grot, met een tijdsverloop van tientallen jaren waarbij de bomen om de Grot steeds groter werden. Later heeft ook Booyink’s Levensmiddelen een kaart laten maken met de Grot verscholen onder de hoge bomen met een dicht bladerdak. Maria was nog niet omringd met de nu bekende lichtjes. Ze keek vanuit haar duistere nis naar het toen nog rustige dorpsleven.

Jan Ramaaker, voormalig eigenaar van Ramaaker Supermarkt,  werd begin veertiger jaren als schooljongen misdienaar en heeft zijn ervaringen beschreven in het boekwerkje “100 jaar kerkgebouw” dat in 2007 is verschenen. Ramaaker vertelt daarin over zijn misdienaarstijd: “Sacramentsdag was ook een hele mooie en bijzondere gebeurtenis. Na een mis in de kerk ging je in processie naar buiten, vergezeld van koor, bruidjes, vaandel- en vlaggendragers. Het Allerheiligste (de hostie) werd in de monstrans meegedragen onder een groot baldakijn, dat gedragen werd door vier kerkmeesters. Als misdienaar liep je dan ook met kruis, wijwater, wierookvat en schepje. Bij de grot werd altijd gepreekt, vaak door pastoor Morselt uit Lemelerveld, een vrolijke man met een goedlachse zware stem. Vervolgens trokken we verder en werd de Rozenkrans gebeden, afgewisseld door zang van het koor. Rustpauzes waren er bij de kapellen in het bos en het oude kerkhof.”

In 1942 werd door de Bond voor Vreemdelingenverkeer in Twente een gidsje samengesteld met een zestal rijwieltochten door de provincie. Daarin ook een tocht  “naar de bergen van Rijssen, Holten en Nijverdal over de Piksen naar de grot van Lourdes te Luttenberg, naar den Archemer-, Lemeler- en Eelerberg.”  De meeste mensen hadden in die tijd wel  wat anders aan hun hoofd dan een toeristische fietstocht . Gelukkig werd in 1945 Nederland bevrijd en ook Luttenberg verwelkomde de Canadese soldaten. In de kerkweide hadden ze hun tenten opgezet en legerwagens geparkeerd. Luttenbergers werden getrakteerd op chocola en ruilden eieren om tegen sigaretten. Hoe onze bevrijders tegen de Grot aankeken laat de historie onvermeld.

Op 21 juni werd jaarlijks het St. Aloysiusfeest gevierd: naamgever en patroon van de lagere school. Op die dag gingen de schoolkinderen eerst naar de kerk, waar bij het versierde beeld van Aloysius het Aloysiuslied werd gezongen en de mis werd gevierd. Daarna gingen de kinderen twee aan twee en klas voor klas onder begeleiding van hun juffrouw of meester over het processiepad naar De Grot en daar werd een lied voor Maria gezongen. Hierna trokken de kinderen naar het nabijgelegen schoolplein.

Indiëgangers
In 1950 werd de behouden thuiskomst van twintig Luttenbergse jongemannen gevierd die een paar jaar in Indië hadden gezeten tijdens de zogenoemde politionele acties. Gelukkig zijn ze lichamelijk ongedeerd teruggekomen, hoewel een aantal van hen nog jarenlang onrustig heeft geslapen. Er werd niet over gesproken. Het katholiek thuisfront had in 1950 wel een groots onthaal georganiseerd met de Grot als middelpunt.

hein-terug-uit-indie-2

Hein Oortwijn en Toon Steenwelle terug uit Indie

De jaren daarvoor werd er elke zaterdagavond bij de Grot een bidavond gehouden voor deze mannen. Als dank voor hun behouden thuiskomst is er een verlichtingsboog rond het Mariabeeld aangebracht met daaronder Ave Maria. De stroomkabel van het Parochiehuis naar de Grot is door de Indiëgangers zelf ingegraven voor de ”eeuwig durende verlichting”. Gelukkig was Luttenberg tien jaar eerder op het elektriciteitsnet aangesloten. Er is tijdens het onthaal van de twintig mannen ook een dank- en welkomstlied gezongen, geschreven door het hoofd van de lagere school meester Hesselink op de tonen van De klok van Arnemuiden. Het eerste couplet van in totaal 9 coupletten met refrein:

“Twintig jongens uit ons kleine dorpje

Werden geroepen door het vaderland

Zij verlieten ouders en familie

Moesten varen naar een heel ver land.

Refr.:   Maar ze zijn weerom gekomen

Niets is hen daar ginds ontnomen

Daarvoor danken wij de goede lieve Heer

Hij gaf ons al onze jongens weer.”

 

Categorie: Historisch Archief

Comments are closed.