Jan Tielbeke (Laarman) en de liefde voor oude landbouwmachines

| 1 March 2013

Wat ooit begon met de aanschaf van zijn vaders oude trekker is uitgegroeid tot een grote verzameling landbouwwerktuigen en -gereedschap. Jan Tielbeke is de geestelijk vader van Sallands Landbouwmuseum De Laarman. De 74-jarige Luttenberger over het ontstaan van het museum, zijn liefde voor landbouw en de toekomst.

Nee, hij is geen groot prater, geeft hij aan het begin van het interview aan. Maar zet hem tussen de landbouwwerktuigen en de anekdotes stromen over zijn lippen. Jan Tielbeke is een man met een voorliefde voor de werktuigen uit grootmoeders tijd. En bij ieder voorwerp in het museum, kan  Jan wel iets vertellen. Bezoekers die de schoonheid van de oude werktuigen niet zien, zouden eens door hem rondgeleid moeten worden. ,,Ja, er zijn wel eens bezoekers die het een bij elkaar geraapt zooitje vinden. Dan denk ik: ‘Wat kom je hier dan doen?’  Zelf vind ik het erg mooi spul. Liever zie ik dat mensen het  interessant vinden.”

Nooit had Jan kunnen verwachten dat zijn verzameling machines en andere voorwerpen zou uitgroeien tot het museum dat het tegenwoordig is. ,,Hoe het ooit begonnen is, is eigenlijk een raar verhaal. Een oude tractor van mijn vader werd een paar keer doorverkocht. Op een gegeven moment stond die trekker uit 1948 ergens in Vilsteren. Toen heb ik ‘m teruggekocht en is het verzamelen begonnen. Ik heb daarna steeds meer machines verzameld. En ook allerlei andere werktuigen die een relatie met landbouw hadden. Na verloop van tijd had ik de schuur helemaal vol staan.”

Jan gebruikt zijn verzameling in eerste instantie als een soort privé-museum. Mensen die bij hem thuis komen krijgen de verhalen achter de machines te horen en dikwijls vragen ze hem waarom hij geen echt museum begint. Dat idee krijgt meer gestalte als de voormalige maalderij aan de Butzelaarstraat te koop komt te staan. ,,Er was een bijeenkomst bij Zaal Spoolder, een vergadering over de toekomst van het gebouw. Aan het eind ging iedereen weg, alleen ik bleef zitten. Ik vertelde het bestuur dat ik graag een museum van het gebouw wilde maken, maar werd keihard uitgelachen.”

Toch slaagt hij er in 1992 in eigenaar te worden van het gebouw. De eerste jaren verkoopt hij er als depothouder nog voer voor dieren, melkpoeder, laarzen en klompen. In 1995 gaat zijn droom toch in vervulling en krijgt hij alsnog zijn museum. Het gebouw krijgt de naam De Laarman, vernoemd naar de eerste bewoner van de boerderij waar Jan jaren heeft gewoond. ,,Ik geniet vooral van de nostalgie van de werktuigen. Naarmate je ouder wordt, ga je terugkijken op hoe het vroeger was. Daarnaast is het liefhebberij voor de techniek. De eerste machines staan nog erg dicht bij het handwerk. We hebben bijvoorbeeld een oude aardappelrooimachine in het museum staan. Daar zitten gewoon grepen aan, die het werk dat eerder met de hand gedaan werd nabootsen. Zoiets vind ik mooi uitgedacht.”

Hij geniet  ervan, dat soort simpele techniek. Net zoals hij ook van de landbouw zelf kan genieten. ,,Ik ben opgegroeid met die liefde voor landbouw. Als je iets zaait en het zaadje langzaam ziet opgroeien, dat is wonderlijk. Mooi om te zien. Daarnaast is er het werken met dieren, het bijdragen aan een goed leven voor die dieren.”

De machines in het landbouwmuseum komen uit het hele land. Hier en daar zitten er gaatjes in het hout. Aangetast door de houtworm, maar over het algemeen verkeren de machines in prima staat. Ze staan er vooral om bewonderd te worden. Niet alleen door ouderen, maar ook door de jeugd. ,,Vooral mensen van mijn eigen leeftijd vinden het mooi. Niet vreemd, want vroeger was iedereen hier boer. Zij tonen vaak meer interesse voor de oude voorwerpen dan de jeugd. Het museum probeert nu wel meer in te zetten op informatie over voedsel, dat is interessant voor jongeren. Op die manier willen ze de jeugd bijbrengen dat bijvoorbeeld melk niet zomaar uit de winkel komt, maar van een koe. Ik hoop dat die belangstelling bij de jeugd groeit. Het museum wordt in stand gehouden door vrijwilligers, maar het gros is ouder dan vijftig. De jeugd moet het straks dus oppakken. Hopelijk lukt dat, zijn ze niet te druk.”

Jan zelf houdt zich tegenwoordig minder met het museum bezig dan voorheen. Op zaterdagmiddag neemt hij er vaak nog een kijkje, maar het museum is geen dagelijkse kost meer. ,,Of ik trots ben hoe het museum gegroeid is? Ik ben nuchter, dus dat zeg ik niet zo snel. Wel is het belangrijk voor het museum dat het subsidie krijgt, al zou het het mooiste zijn als ze zichzelf kunnen redden. Het is erf- goed. Iets van de vorige generatie. Dat moet gekoesterd worden. Het zou jammer zijn als het verloren gaat.”

Op veler verzoek ook de video (door amfitheater Het Lommerrijk) Höllenboer over Jan Laarman die te zien was met de Layar app in de afgelopen kranteditie. De volgende keer de app downloaden 😉

Categorie: 1990 - 1999, Algemeen, Cultuur

Comments are closed.