Uit het archief van Hennie Vrielink, aflevering 3: Buitenlandse troepen in Luttenberg

| 28 April 2016

Buitenlandse troepen in Luttenbergh anno 1795

Afgelopen paar jaar heeft oud-Luttenberger Hennie Vrielink artikelen geschreven over de geschiedenis van Luttenberg in het kwartaalblad van de Historische Vereniging Raalte. Dankzij Hennie zijn deze artikelen de komende tijd ook te lezen op Parel van Salland. Aflevering 3 gaat over Buitenlandse troepen in 1795 in Luttenberg

door Hennie Vrielink

 

Bezig met mijn familiegeschiedenis kwam ik bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle een interessant document tegen van meer dan 200 jaar oud. Eerst moest ik witte handschoentjes aantrekken waarna ik in de studiezaal op de eerste verdieping het originele document kon bestuderen.

Het document heeft als titel: “De lijste van Luttenberg van wagen vragten en hooi en stroo en tuurf en schadden en het verlies van paarden en wagens en het inquartieren van de troepen”  uit het jaar 1795. Het is een inventarisatie van geleden schade door de ingezetenen van de marke Luttenberg veroorzaakt door Engelse, Duitse en Franse troepen.

foto 1

Fotofragment uit het document

foto2

Fotofragment 2 uit het document

Mijn voorvader Gradus  “Vrijling”  werd op 16 februari 1795  door de Engelse troepen  van  twee schapen beroofd. Hij was daarvoor net 13 dagen met buurman Spieken naar Rijssen geweest voor soldatentransport en had daarbij zijn wagen verloren.  Op 7 maart heeft hij samen met buurman “Noorip” voor de troepen “gevaren”.

Om te begrijpen wat er in die tijd aan de hand was en hoe de geïsoleerde boerschap Luttenberg last had van buitenlandse troepen, moest ik de geschiedenisboeken induiken.

In het jaar 1795 houdt de Republiek van de Verenigde Nederlanden op te bestaan nadat Franse troepen het land waren binnengetrokken. Overijssel was een van de zeven provincies van deze Republiek. Engelse en Duitse troepen (uit Pruisen, Hessen en Hannover)moesten de Verenigde Nederlanden helpen verdedigen tegen in de binnenvallende Fransen, maar ze ontvluchtten ons land zo snel als ze konden.

Volgens historicus Simon Schama ging de vlucht van de Engelsen gepaard met  “een orgie van plundering, geweld, roof en brooddronken losbandigheid.”  De Duitse troepen hadden zich op het moment van de invasie van de Fransen al nagenoeg uit de Republiek teruggetrokken en het Engelse leger, dat regelmatig zijn soldij en bevoorrading moest ontberen, was uiteengevallen in benden plunderende bandieten. En dat hebben Gradus Vrielink en de andere boeren uit Luttenberg geweten.

De Luttenbergse boeren moesten turf, stro, hooi en schadden leveren aan de troepen. De boer op Woertman moest een voer turf en duizend pond stro leveren en Groot Oosterbroek moest duizend pond hooi naar de Rozenboom in Raalte brengen.  De Bloeme heeft Engelsen vervoerd en daarbij zijn wagen met paarden niet terug gekregen. Ook moest er voor vervoer gezorgd worden voor de troepen van de Hessen die bij Deventer gelegerd waren. Op 18 januari 1795 verloor Correbeld 2 paarden aan de “Engelse hoesaaren”. Er waren toen 66 Engelsen met 70 paarden in Luttenberg ingekwartierd. Een maand later waren er zelfs 156 man van het Engelse leger met 79 paarden ingekwartierd en die moesten allemaal gevoed worden door de ingezetenen uit de boerschap. Ook wordt melding gemaakt van plundering.

De lijst van de geleden schade geeft aan dat alle boeren in januari en februari 1795 erg veel last hebben gehad van de wegvluchtende Duitse en Engelse troepen. De geleden schade wordt ook vermeld en met behulp van Google ben ik erachter gekomen dat deze bedragen in guldens moeten worden gelezen. De schade van mijn voorvader werd geschat op in 165 gulden.

In 1795 hield de Republiek van de Verenigde Nederlanden op te bestaan en werd vervangen door de zogenoemde Bataafse Republiek die onder sterke invloed stond van Frankrijk. Op de hiervoor genoemde lijst van Luttenberg wordt ook melding gemaakt van de inkwartiering van Franse troepen. In het boek De geschiedenis van Salland geschreven door G.J.I. Klokhuis wordt op blz. 116 vermeld: “Verschillende Franse legerafdelingen kwamen vervolgens in Salland en dit betekende voor de bevolking van de steden als voor het platteland een zware belasting.”  Burgers en boeren moesten namelijk het aanzienlijke Franse leger voeden en kleden.

De Luttenbergers waren dan wel verlost van de Engelse en Duitse troepen, maar kregen ook onder de Fransen met zware lasten te maken. Deze troepen bleven tot 1813 en werden toen verdreven door de Kozakken uit Rusland. Ook over deze Kozakken in Salland kan een heel verhaal worden geschreven, maar eerst moet ik maar naar Engeland op zoek naar de boerenwagen en de twee schapen, die mijn familie zes generaties geleden zijn kwijtgeraakt .

 

 

Categorie: < 1949, Algemeen

Comments are closed.