Annie, Rikie en de verloren finale

| 28 March 2013

Vroeger, toen handbal nog op een voetbalveld werd gespeeld. SDOL reeg aan het eind van de jaren zestig kampioenschappen aaneen, domineerde de krantenkoppen en speelde in april 1971 zelfs om de Nederlandse titel. De tweeling Rikie en Annie  Heuven vormde het verdedigende hart van het team vol Luttenbergse meiden, dat op basis van karakter de strijd aanbond met gelouterde internationals. En bijna won.

‘We vergooiden het in de laatste drie minuten. Wij wisten ook niet beter.’ Annie Heuven, in Luttenberg al sinds jaar en dag bekend als Annie Mollink, verheft nog iets haar stem als ze er weer over praat. Maar ze baalt er niet meer van. Heeft ze ook niet gedaan. Natuurlijk stonden de Luttenbergse dames er die bewuste zondagmiddag beteuterd bij in Amersfoort. Maar ontgoocheling? Janken? ‘Ben je gek?’ vult tweelingzus Rikie (Neppelenbroek) aan. ‘We zijn gaan douchen en zijn met de supporters in de bus gestapt. Onderweg hebben we nog ergens aangelegd en een paar biertjes gedronken. Volgens mij zijn we niet eens gaan stappen  ’s avonds.’

Gouden lichting

Het was dan ook ingecalculeerd dat SDOL deze wedstrijd zou verliezen. Ondanks de opmerkelijke opmars die de kleine  vereniging in de jaren daarvoor had gemaakt in de handbal- wereld. De meisjes van de jaren zestig bleken namelijk een gouden lichting. Drie zusjes Keijzer, drie zusjes Blum, de tweeling Heuven en zo nog wat losse talenten met klassieke Luttenbergse namen als Oosterlaar, Rensen en Beuwer. Toen ze op hun zestiende aansloten bij het eerste team, zo weten Annie en Rikie nog, vielen ze in een ge-spreid bedje. Rikie: ‘We wonnen alles, werden elk jaar kampioen. Daar was het niet om te doen, hoor. Wij wilden gewoon handballen.’ Annie vult aan: ‘Ik wist vaak niet eens in welke klasse we speelden. We moesten alleen steeds verder weg. Limburg, Nibbinxwoude, Groningen; we waren hele zondagen op pad.’

Ze konden dus wel handballen destijds. Hoewel het spel nog heel anders was. Elf tegen elf, op een voetbalveld. Techniek was minder belangrijk, kracht en uithoudingsvermogen des te meer. Sterke punten van SDOL; karakter, doorzettingsvermogen en een onverwoestbare conditie brachten de Luttenbergers steeds hogerop. Een conditie die overigens niet vanzelf kwam. Coach Hallingse, die vanuit Deventer met de bus naar Raalte kwam en van daar naar het Luttenbergse sportveld werd gereden achterop de bromfiets van voorzitter Keijzer, matte zijn dames af. Eindeloos trokken ze de bossen in, voor duurlopen. En dan aanleggen in de oude manege, herinnert Annie zich. ‘Vanuit die zandkoele elke keer omhoog, een meter of zes. Soms wel twintig keer achter elkaar.’ ‘Stonden we kokhalzend uit te hijgen, helemaal kapot’, vult Rikie aan. En een lekker warme douche was er niet bij. De kleedlokalen van de Luttenbergse combivereniging bestonden in die tijd uit twee hutten met betonnen  bakken in het midden. Daar liep een koperen pijp overheen, waar gaten in waren geboord. Kon iedereen zichzelf even wassen. Rikie: ‘Daar heb ik me wel voor geschaamd richting onze tegenstanders. Kwamen we daar, hadden ze allemaal luxe kleedkamers. En dan moesten ze bij ons zo wassen.’

Kleinduimpje

Het was de prijs van het succes. De handbal groeide zichzelf boven het hoofd en klom, ondanks de zeer beperkte middelen, langzaam maar zeker richting de landelijke top. Toen ze ook in allerhoogste klasse meedraaiden, kwam het op de laatste wedstrijd aan. In Amersfoort speelden de Luttenbergse meiden de titelverdiger Hellas uit Den Haag. “Kleinduimpje neemt het op tegen de reus” kopte het Sallands Dagblad. En zo waren de verhoudingen ook. SDOL was kansloos, liet ook voorzitter Keijzer optekenen in diezelfde krant. ‘Hellas haalde ta-lenten uit de wijde regio, had zelfs internationals in het team. Wij waren maar gewoon meiden uit Luttenberg’, aldus Rikie. Maar die meiden achtten zichzelf zeker niet kansloos. Annie: ‘Het was voor ons gewoon een wedstrijd. En zoals alle wedstrijden wilden we die  gewoon winnen.’

De voorbereiding was niet anders dan normaal. Hoewel, een maand lang werd er elke week een keer extra getraind. Drie keer in de week, voor extra conditie. Maar het weekend van de wedstrijd was  er een zoals elke andere; de vrien-dinnen van SDOL hadden weer een wedstrijd. Annie: ‘Ik ben zelfs nog naar de kerk geweest die zondag. Dat hoorde nou eenmaal zo.’ Na de heilige mis trok er een karavaan van Luttenbergers naar Amersfoort. Want de “wedstrijd van het jaar” was het gesprek van de dag.

Met drie bussen sterk werd de tegenstander tegemoet getreden. En het ging zowaar gelijk op. Althans, qua stand. Want het was wel duidelijk welk elftal het sterkst is, herinnert Rikie zich. ‘Zij waren kwalitatief veel beter, maar wij konden aanpikken. Puur op karakter.’ En dat ging lang goed. Sterker nog: drie minuten voor tijd leek SDOL geschiedenis te gaan schrijven. 8-7 voor de Luttenbergers, die zelf niet goed beseften wat ze in handen hadden. Rikie: ‘We gingen gewoon weer in de aanval, dat deden we altijd.’ Annie: ‘Dom aanvallen, we wisten niet beter.’ Het leidde twee keer tot balverlies:  eindstand 9-8.

Met opgeheven hoofd konden de dames naar huis. Ja, ze hadden verloren. Maar ze waren strijdend ten onder gegaan. En Luttenberg stond nu definitief op de handbalkaart. Rikie: ‘We waren zelfs op Radio 1, bij Langs de Lijn. Het was echt een grote wedstrijd.’ En dat beseffen ze zich nu ook nog wel eens. Het handbal verplaatste zich snel daarna naar de zaal, waar SDOL nog een paar jaar in de op een na hoogste klasse meespeelde. Een topprestatie voor een dorp van tweeduizend inwoners, met alleen maar meiden uit het dorp. Maar zo dicht bij een kroon op die gouden lichting kwam het niet meer. Niet erg ook, beamen de zussen nu. ‘Het ging ons om het handballen, dat vonden we mooi.’ ‘Maar och, wat waren we er dichtbij.’

Categorie: 1970 - 1979, Algemeen

Comments are closed.