Maria van Luttenberg deel 2

| 11 November 2016

Vorig jaar heeft Hennie Vrielink een verhaal over de 100 jarige geschiedenis van de Lourdesgrot gepubliceerd in Kruudmoes, het kwartaalblad van de Historsiche Vereniging Raalte. Dit is een te lang verhaal om in een keer te publiceren en is daarom in drieën geknipt. Onderstaand het tweede deel, het is een stukje dorpsgeschiedenis over afgelopen 100 jaar zoals gezien door Maria van Luttenberg vanuit haar nis in de Grot. “Ik hoop dat vele Luttenbergers dit met plezier zullen gaan lezen.” Uiteraard ook foto’s toegevoegd, die voor de meeste Luttenbergers nieuw zijn.

Zusters van Mariaoord
In 1955 kwamen de zusters Franciscanessen uit Denekamp op verzoek van pastoor Golbach naar Luttenberg. Het bejaardenhuis Mariaoord werd aan het processiepad gebouwd niet ver van de Grot. De zusters in hun zwarte habijten met witte kap en daaroverheen een zwarte lange sluier gingen deel uitmaken van het dorpsleven; alleen het gezicht was zichtbaar. Vele bejaarde Luttenbergers kregen zorg van de zusters evenals de kleuters die al vanaf 1953 waren toevertrouwd aan zuster Tarcisius en later aan zuster Theofride. Zuster Tarcisius begon met de eerste kleuters in het donkere Parochiehuis en enkele jaren later kwam de nieuwe kleuterschool gereed. In de kloostertuin achter het moederhuis van de zusters in Denekamp stond ook een Lourdesgrot uit 1918, maar veel kleiner dan die in Luttenberg. De zusters van Mariaoord kwamen dikwijls langs de Grot en keken even omhoog naar Maria voor een groet of een kort gebed. Dat deden trouwens ook veel andere Luttenbergers. De boeren lichtten even hun pet als ze langs Maria kwamen. Sommigen maakten snel een kruisteken. Ook schoolklassen liepen in groepjes onder leiding van een meester of juffrouw langs de Grot en de kinderen wisten niet beter dan dat Maria bij Luttenberg hoorde en vonden dat niet meer dan vanzelfsprekend.

Katholiek Meisjes Gilde 1954 voor de Grot

Katholiek Meisjes Gilde 1954 voor de Grot

Luttenbergse humor
Een sportwagenbestuurder uit Luttenberg had in de zestiger jaren een echte rode Karmann Ghia. Op een zondagmiddag zat hij aan de tap bij Café De Schoenmaker en had al een aantal pilsjes achterovergeslagen. Hij was van plan met zijn sportauto naar Twente af te reizen om een voetbalwedstrijd te bezoeken. Enkel cafébezoekers wisten hem echter zover te krijgen dat hij niet in zijn eigen auto stapte en met een ander groepje ging meereizen  naar Twente. De sportwagenbestuurder liet zijn autosleutels achter bij kastelein Vloedgraven, beter bekend als Henny van de Schoenmaker, en vertrok naar de voetbal. Een aantal van zijn vrienden was achtergebleven in het café en leenden even de autosleutels. Ze zijn met de rode sportauto naar de Grot gereden, hebben het hek opengemaakt en de auto met vereende krachten onderin de Grot getild en vervolgens het hek weer gesloten. Begin van de avond kwam de sportwagenbestuurder terug in Luttenberg en kreeg keurig zijn autosleutels. Even later was hij terug is het café: “Mijn auto staat er niet meer!”  Als reactie kreeg hij te horen: “Moet je maar beter gaan zoeken.”

De hele avond en nacht heeft hij zonder resultaat naar zijn auto gezocht.

Jo Oortwijn alias Smids Jo had koeien lopen in de kerkweide en begon maandagmorgen vroeg met melken. Het was nog mistig, maar toch zag hij iets roods onderin de Grot. Hij keek nog een keer, maar dacht dat hij het zich verbeeldde. Keek nog een keer: “Dat kan toch niet de rode Karmann Ghia zijn?” vroeg hij zich af en zoals elke Luttenberger wist hij meteen wie de eigenaar van deze opvallende auto was. De sportwagenbestuurder is nog een paar dagen bezig geweest zijn auto weer uit de Grot te krijgen.

Herstel van de Grot
Uit een krantenartikel uit 1970 citeren we het Luttenbergse gemeenteraadslid Jan Keizer: “Voor slechts één gulden –en nog niet eens een nikkelen, maar een echte zilveren- kreeg de gemeente Raalte twee jaar geleden het processiepad te Luttenberg. Nu wordt in het kader van de ruilverkaveling om Luttenberg heen enorm veel verbeterd, maar wordt elk stukje weg dat buiten de ruilverkaveling valt niet in het verbeteringsplan opgenomen. Het processiepad moet heel nodig worden opgeknapt.”  Volgens de journalist hield Keizer een vurig pleidooi voor de kom van zijn dorp,  “waarvan hij bij elke gelegenheid de schoonheid mooier weet te bezingen dan een eerste klas nachtegaal.”  Het lukte echter  niet om geld van de gemeente los te krijgen voor het processiepad.

Anton Olde Bijvank en Hein Vrolijken plaatsen Maria terug in de Grot 1975

Volgens de toenmalige secretaris van het Plaatselijk Belang eveneens Jan Keizer was de sloot van Mariaoord tot aan de Grot een open riool en groeiden de brandnetels langs de weg. “Het heeft ons veel moeite gekost om Luttenberg in een keurig zondags pakje te steken.” Bij de reconstructie van de Butzelaarstraat en Harmelinkstraat in 1973 is ook het processiepad vanaf het Wit-Gele Kruisgebouw tot aan het Parochiehuis geasfalteerd. Voordietijd was het pad bij regenachtig weer een modderpoel. In de zeventiger jaren zijn ook de bejaardenwoningen aan de rand van de kerkweide bij Mariaoord gebouwd en de bejaarden kwamen wel een paar keer per dag langs Maria wanneer ze boodschappen gingen halen of naar de kerk gingen.

Ook de Grot was behoorlijk in verval geraakt en de vraag was wat er moest gebeuren. De meningen waren verdeeld. Jan Arents van het nabijgelegen hotel-café De Grot had er in 1974 een uitgesproken mening over: “Je mag het niet zeggen, maar voor mij mogen ze de hele grot tegen de grond werken. Ik snap niet waarom dat zo veel geld moet kosten. Hadden ze vroeger maar naar kapelaan Rigter geluisterd, die wilde hier een bedevaartplaats maken, zoals in Lourdes of Kevelaer, dan was ik nu rijk geweest. Als de grot nu verdwijnt dan noem ik mijn hotel “Wijlen de Grot.”

“De Grot moet blijven” was de mening van velen tijdens een door pastoor Wedemeyer uitgeschreven  parochievergadering in 1973. Snel was er voor de restauratie f20.000,– toegezegd, maar dat bleek te weinig toen bleek hoe slecht de Grot er aan toe was. Toch besloot men door te gaan met de hulp van vele vrijwilligers. De Grot werd eerst grotendeels ontmanteld en vervolgens met man en macht weer opgebouwd.  Volgens het boek  De Neuze  geschreven door Wouter Groote Schaarsberg (van de Wolger)  en Jos Westenenk had Luttenberg in die tijd een weerbarstige bevolking van grotendeels “boeren en bouwvakkers”  en die bouwvakkers hebben in hun vrije tijd meegeholpen bij de restauratie van de Grot. Ook de leden van het restauratiecomité staken hun handen uit de mouwen, hoewel niet allen dit handwerk gewend waren. “Het kwam ze soms aan de botten.”

Renovatie Mariagrot

Renovatie Mariagrot

Het comité was van mening dat de restauratie wel zonder bouwvergunning kon worden uitgevoerd, want dat zou alleen maar extra kosten met zich meebrengen. Daar dachten ze in Raalte op het gemeentehuis heel anders over. In een formele brief van Burgemeester en Wethouders van 10 december 1974 werd aangegeven: “Met uw opvatting in deze zijn wij het beslist oneens. Herstel van de ingestorte grot moet in de zin van de Woningwet als een bouwwerk beschouwd worden, zodat een bouwvergunning vereist is.” Er moest een bouwaanvrage met volledige constructietekening worden ingediend. Het comité moest dus een architect inschakelen en de gemeente gaf natuurlijk pas een vergunning af nadat de leges en beoordelingskosten netjes waren betaald. De brief van de gemeente eindigt met : “Uiteraard maken wij u erop attent, dat herstel van de grot deugdelijk zal moeten geschieden en wij achten het van belang, dat u zich terdege beraad over de keuze van de toe te passen materialen.” Kennelijk waren de ambtenaren op het gemeentehuis niet helemaal overtuigd van het vakmanschap van de Luttenbergse bouwvakkers.

Omdat het comité de Grot van de ondergang heeft gered, mogen hun namen in dit verhaal niet ontbreken: Anton Olde Bijvank, Hein Vrolijken, Jan Wellingvoorde, Herman Korenromp, Theo Kemper en Ben Hutten.

In het prachtige boek “Wij hebben de zon gezien” van Dinie Schoorlemmer over het leven van haar vader Johan Schoorlemmer wordt ook een interessant hoofdstuk gewijd aan de ruilverkaveling in Luttenberg met als titel “Ruilverkaveling: samenspel doet overwinnen.”   Schoorlemmer was toen voorzitter van de ruilverkavelingscommissie die met de Luttenbergse boeren tot een vergelijk moest zien te komen. Ruilverkaveling in combinatie met ontwatering en verharding van wegen was een uitkomst voor het vernatte en versnipperde gebied rondom Luttenberg, maar niet alle boeren waren direct bereid hieraan mee te werken. Dit proces wordt beeldend beschreven in dit boek, waarin ook een foto van de Grot in wintertooi is opgenomen. Na afloop van de ruilverkaveling  in 1976 was ook de restauratie van  de Grot gereed gekomen en ondanks de vele giften vanuit de bevolking was er toch nog geld tekort voor de architect en voor de beplanting aan de achterzijde van de Grot. Schoorlemmer, die ook wethouder was geweest: ”Gelukkig konden we bij de gemeente een potje vinden dat voor dorpsverfraaiing was bestemd.”

Schoorlemmer uit Heeten vond Luttenberg het mooiste kerkdorp van de gemeente. “Met haar iets glooiende velden en akkers had het net voldoende van de Sallandse heuvelrug meegekregen om boven het vlakke land uit te komen.” Luttenberg stak boven het maaiveld uit.  “De Luttenbergers hebben altijd een gemeenschap gevormd met een grote mate van saamhorigheid.”

Luttenbergsfeest
Geen bedevaartplaats, maar vanaf begin zeventiger jaren wel de jaarlijkse kermis op de kerkweide. Het Luttenbergs Feest trok vanaf het begin veel bezoekers. Maria kon dit alles vanuit haar hoge positie goed bekijken. Ze zal zich zeker verbaasd hebben over de mannen die er een sport van maakten zo diep mogelijke kuilen te graven. Ook het geblinddoekt kruipen door een modderbad om een varken te kunnen aanraken was wel even wennen voor Maria. Het vogelgooien heeft Ze altijd met enig ongemak bekeken. Een eeuwenoud voorchristelijk volksgebruik waarbij Luttenbergers met knuppels naar een vogel bovenop een paal gooien. Al snel zijn de vleugels en kop van de vogel eraf en wie de romp er afgooit is winnaar. De Dierenbescherming maakt hiertegen in tegenstelling tot het zwientietikken geen bezwaar; het betreft immers een houten vogel, maar Maria heeft zo haar eigen gedachten over dit heidens gebruik. ’s Avonds ging er wel eens een jongeman op het knielbankje zitten om zijn spijt tegenover Maria te betuigen: hij had zo’n vreselijke “koppiene” en hield zich stevig vast aan de spijlen van het ijzeren hek.  Natuurlijk zag Maria ook de verliefde stelletjes die een donker plekje opzochten naast de Grot. De volgende ochtend vond dan weer de kalverkeuring plaats en liepen de flink geboende kalveren onder begeleiding van boerenzonen en –dochters langs Maria.

De maandag na de kermis moest er op de kerkweide worden opgeruimd. Maria kon dit alles goed overzien en zag ook het katerige gevoel van de Luttenbergers. Het Feest zit er weer op. Höllenboer heeft daar een prachtig liedje van gemaakt: “De dag d’r noa”, waarin de ziel van de Luttenbergers genadeloos wordt blootgelegd, maar Maria had deze ziel al veel eerder doorgrond.

In 1979 werd in het dorp van boeren en bouwvakkers een heuse motorclub opgericht met de naam Grotrijders. Maria werd even doof van het machtige geluid van de ronkende Harley-Davidson van Bats van Paddegat (officieel heet hij Bennie Besten) met zijn kornuiten, maar herkende ook hierin het Luttenbergse volkskarakter van een weerbarstige bevolking. Volgens de schrijvers van het boek De Neuze “zijn de Luttenbergers een beetje anders en dat willen ze weten ook.” De grotrijders hebben hun naam inmiddels omgedoopt tot Caveriders.

Het toerisme kwam ook opzetten in Luttenberg; zeker nadat het landbouwbedrijf van Van Dam’s Harm (bij de gemeente noemden ze hem Herman Oosterlaar en een zoon van hem noemt zich weer Höllenboer omdat zijn opa zo heette) was omgebouwd tot een camping. “Vreemd volk” dat het dorp bezocht keek wel eens raar aan tegen dat betonnen gevaarte in de dorpskern, maar het werd wel een toeristische attractie. In elk marketingverhaal over De Enige Echte Parel van Salland wordt de Grot niet vergeten. Jan Baggen maakte in 1989 tekeningen van enkele markante plekken en dus ook van de Grot: “De Mariagrot…, je kunt er in Luttenberg haast niet omheen. Deze namaakgrot is bijna mooi van lelijkheid.”

Onlangs vergeleek iemand de grot met een oude apenrots zoals die vroeger in dierentuinen te zien waren omgeven met een hoog traliewerk. Er zijn ook wel kleine kinderen in Luttenberg geweest die dachten dat de kale donkere ruimte onder de grot achter het afgesloten hek met de scherpe punten de gevangenis van Luttenberg was.

Het Luttenbergs Feest begint altijd met een optocht door het dorp met de fanfare De Bergklanken voorop. In de optocht van 1988 hadden de bewoners van de Boertiesbocht een traditionele processie uitgebeeld. Op de wagen in de optocht was de grot nagebouwd en daarachter kwam de loopgroep. Eén van de deelnemers had zich uitgedost als priester die een monstrans (zonder hostie!) droeg en de deelnemers hadden zich allemaal in klederdracht gestoken. Herinnering aan het Rijke Roomse Leven in Luttenberg. De toeschouwers vonden deze uitbeelding prachtig en velen herkenden met enig weemoed het verleden. Tot veler verbazing kende de jury geen punten toe aan deze groep in de optocht. Wat bleek; de pastoor van Haarle had zitting in de jury en hij vond het ongepast dat bewoners een ouderwetse processie hadden uitgebeeld: “Zoiets hoort niet in de optocht.”

Categorie: Algemeen, Historisch Archief

Comments are closed.